voorwoord door vitalski
laat er geen twijfel over bestaan:
dit kleinood dat u hier met toegeknepen asem vasthoudt,
is één lofzang op de menselijke onderkant,
in het bijzonderlijk fysiek, welteverstaan.
de auteur schuwt geen taboes,
maar laat het juist passages regenen
waarin glinsterende broeksriemen glimmende ritsen afwisselen,
en strakke onderbroeken,
bij voorkeur gedragen door messenwerpers,
op eigen beurt genegen zijn naar champagne.
een boek om op twee weken tijd uit te lezen,
iedere dag één verhaal
behalve misschien in het weekend,
maar zeker in lighouding
en met de ramen alle wijdopen.
in het proza van rudi penne komt er een muzikaliteit naar boven die
het ergste doet vermoeden - en terecht.
schrik dan ook niet intens van afleveringen
waarin er iemand een hondendrol in zijn aangezicht krijgt geserveerd,
om er vervolgens nooit meer van af te geraken;
gelukkig, of spijtig genoeg, tevens in metaforische zin van dit woord.
kan je ermee lachen, dan ben je goed op weg;
in een wereld van ernstig literair psychologisch drama
kunnen de herdershond en de duivel u in het werk van rudi penne
de weg wijzen naar reetman zelf
- kortom: hier lezend, verdwijnt u als het ware in het hol van de
wereld, waargenomen door een scherp zintuiglijk, ironisch en vrijuit
figuur.